Vandaag op mijn veranda
En opeens, ik weet het
Nu trilt iets los in mij, dat het doel
Met de buren en hun buren en de buren
Dit is niet van mijzelf
Ik las het in het dagboek van Sadberra Gashi
een 18 jarig meisje uit Kosovo, die in Maart 1999 schreef:
"Hoi Mimi, ik ben naar mijn kamer gegaan, Tot nu toe waren we in de kelder. We hebben geen licht. de anderen zijn nog beneden. Ze hebben ons drie keer gebombardeerd. Ik ben bang. Ik weet niet of ik nog naar beneden ga. Dag, ik weet niet of we elkaar morgen weerzien. "
In tranen..
In de hangplekbar
met het valse tientje
tussen de cipressen
met de neus op de
uitvindingen in Vinci
bij de renaissancekunst
in de Haremkamer, op de
achterbank van de bus
bij de lieve, niet logische
Italiaanse uitleg.
Bij het kijken met grote
ogen in het Uffizi,
was het goed. Goed toeven.
Maar het was Niks
in vergelijking met het
liggen in jouw armen
het rustig rusten, bij
jouw bonzend hart.
31 dec. 2006
Ik ben een wond
zo klinkt mijn mond
niet langer meer
verwachtingsvol,
vuur werd rook
werd as ook
vliegtuig
vlieg mij naar
het Noorderlicht
laten we de lucht
inracen, op de
vleugels van de
wind, angstig klein
zoals een kind
niet meer wachten
op de dag, op een
ochtend die niet mag.
Met de laatste
lucht in een long
forever young
forever strong.
