God was niet in Utrecht


Het was niet God
die haar ''teenage-dream''
om zeep hielp, het was ook
niet  God, die vreugde schiep
op het Domplein.
Integendeel, hij liet toe
dat haar vriendje verdween.
Ze zag hem zoenen met
die ander op het Wed.
Ze hoorde de oorlog
op de Lijnmarkt rommelen,
ze zag hoe God grijnsde in
een boek bij de Slegte.
Ze dacht dat hij het was
die haar koffie omstootte
in ' t Hoogt, hij ook, die haar
deed struikelen op haar witte
 schoenen in de Servetstraat
God liet haar huilend achter
in de bioscoop, maar later, toen ze
Zijn Middel Vinger zag, die in
de Domtoren naar boven wees,
wist ze het zeker, het was niet God,
het was de duivel, die haar
lopend, in Utrecht, in de stad,
meesmuilend op
de hielen zat.

Dit gedicht is opgenomen in de december-editie van nl. 30






Schrijf een opmerking



Opmerkingen

geen opmerkingen gevonden