Zomp Shuffle
waldsterben
in orde
waarom niet gelezen?
tags
Laat dit dan
Laat dit woord, vreugde,
dan tenminste blijven, voor
als het gras boven ons hoofd
alweer verdord,verdwenen is.
Ooit leefden wij ,trachtend
te bezweren, demonen van
angst, in grijnzende onmacht.
Soms licht er iets op
herinnering, een flard
van je lach in houten
ramen, van hoe mooi ik
en hoe mooi het was.
Later zullen we
denken, we deden
het ermee, met woorden.
DE WILDE ROOS
De wilde roos
Zo opschietend tussen puin
Verloren groeiend tussen brandhout
En ontroerend door eenvoud en kracht
Laat na mijn dood, slechts deze roos
Groeien op mijn graf, ik wil geen steen
Geen last die mij zal drukken, als ik
Uiteindelijk moe van het torsen
Rusten mag, laat mij dan slapen
Met de bloem die ik het meest bemin
De wilde roos
altijd weer?
De uitstalling van mijn
woorden, steeds maar weer
hebben zij iets te maken met
het raadsel van het leven
de puzzelstukken, waar je
naar zoekt om een passend
geheel van te maken?
Gaat het om mij, het drama
van mijn leven, van nauwelijks
levensvatbaar wicht, tot iemand
die van schrijven een dagtaak
maakt, of gaat het over meer?
Over de zonsopgang, die ik blij begroet
tot aan de nacht, die zich kolossaal
donker over mij uitspreidt, gaat het
Over mensen die kwamen en gingen
Over wanhoop, over toevallig geluk,
Over de tranen van het lachen, die
Over mijn wangen liepen, of
Gaan ze over meer, over dat wat ons raakt,
ons allemaal , van kinderstoel tot rolstoel,
over de stilte, de schreeuw om Aandacht,
om Troost? Gaan ze over Lust en Liefde,
over dat?
Altijd weer?
sybille
Sybille.
“Sybille, waarom moet zij
door zulk een noodlot gemerkt zijn!?”
Marina Tsvetajeva.
Voor mijn dochter Sanna.
Een vraag;
mijn lieve,mijn enige
mijn blonde, mijn dochter.
Wat zullen we dragen
wie de pakjes,
wie de last?
Mijn lieve
laten we zoeken
in het laatste gras
van dit seizoen
dat klavertje vier,
In de lucht boven ons,
die ene ster
die nog niet doofde
in dit tijdperk van pijn
Vol schreeuw om de jaren
van witte waanzin,
hier is een waaier, een
scherm, voor je chinese ogen.
Ik vraag de humor aan tafel,
en draag een strik, om jouw
lach, uit zijn tent te lokken
lach, jouw zoete glimlach
nog eens, voor jezelf
voor ons
die erom smeken
wacht, ik draai
het lawaai van buiten
wat zachter, zodat de
fluister, ons niet ontgaat
weet je nog
dat we als elfjes waren
jij en ik, voor niemand bang
klaar om te gaan ,
ziektes te weerstaan
nu, sta op,
draag het zonlicht
jij
geef de waanzin
mij!