BABE, I'M ON FIRE!!
Zin, zin, wat heb ik een zin!!! Om bushokjes kapot te trappen!! Om de wereld op tillen!! Met 1 hand. En de rest van het heelal erbij!!! Godverdomme!! GOD-VER-DOM-ME!!! Ja, Van zo'n adrenalinestoot GÁ je wel vloeken. Ik schreeuw het uit, ren naar buiten. Dat ik bijna uitglij over m'n eigen geestdrift, interesseert me geen reet. De wereld mag het weten. Nee, moet het weten. Ik heb net de beste muzikale kick in jaren achter de rug. En schreeuw het van de daken. BABE I'M ON FIRE!!!Ja, hij heeft het weer geflikt. Nick Cave -Oppercharlatan, Held der ZOMPers, Held der Helden- heeft een nieuwe cd. Nocturama heet het ding, en godallejezus: wat is het weer een prachtwerkje. Uit zijn voegen barstend van de schoonheid. Van de melancholie. Maar -en dat mag gezien zijn laatste cd's best opmerkelijk heten- vooral van de furie. Want tijdens stukken als Dead Man In My Bed en vooral Babe, I'm On Fire (Nocturama's zinderende slotepos) komt ie ontegenzeggenlijk weer los: het Beest Cave. De vleesgeworden Wolf. Hij barst uit zijn schaapskleren. En staat genadeloos in brand. Vijftien zinderende minuten lang. En hoe!
Ooooowww..
Father says it, mother says it
Sister says it, brother says it
Uncle says it, Auntie says it
Everybody at the party says it
Babe, I'm on fire
Babe, I'm on fire
De toon is gezet. Cave is op dreef. En gaat helemaal, helemaal loos. Zoals ie op plaat (het fenomenale Tilburg-concert van twee jaar terug staat me immers óók nog sterk voor de geest) in geen jaren meer gedaan heeft. En zojuist O'Malleys Bar heeft leeggedronken. Het vuur laait hoger en hoger, dik veertig (!) maniakale coupletten lang. En Cave declameert, cynisch als altijd. Maar nu in sneltreinvaart. Bijtender dan ooit. Met zijn coupletten als zoutzuur.
'My mate Bill Gates says it,
the president of the United States says it..
The horse say it, the pig says it
The judge in his wig says it..
The menstruating Jewess says it..
Everybody at the party says:
Babe, I'm On Fire. ´
Ja, iedereen, maar dan ook iedereen staat in brand. En de Bad Seeds al helemaal. Martyn P. Casey's pompende bas stuwt zich naar een infernaal orgasme. En de bandleden stuwen mee. In hortende kadans. Waanzin maakt zich meester van alles en iedereen. Van Blixa Bargeld, Warren Ellis en Mick Harvey. Van het universum. Alsof de Bad Seeds stiekem nog gewoon The Birthday Party heten.
En de grond? Die ligt bezaaid met wol. Totdat ook daar de fik invliegt. Rücksichtslos. De wolf in schaapskleren blijkt tevens pyromaan.
Babe, I'm On Fire..
Nee, wierp de mensheid me nog niet eens zo lang geleden collectief de 'beste wensen' toe, intussen lijken die voor een groot deel al vervuld. Een keertje of acht Babe, I'm On Fire op volle oorlogssterkte, en 2003 lijkt niet meer stuk te kunnen. Wat een killer song! Wat een energie! Een verwoestende werveldwind in een maatglasje whiskey. Dit is geen muziek meer, dit is pure dope!!
Ik heb de rest van de week geen koffie meer nodig. En schreeuw het ondertussen nog maar 's uit:
BABE, I'M ON FIRE!!
‘Live 8 is hier, Live 8 is overal’
Overtuigende Berlijnse editie laat grens tussen ‘hier’ en ‘daar’ vervagenNatuurlijk was er vooraf alle reden om cynisch te zijn. In hoeverre heeft het tegenwoordig überhaupt zin, zo’n massaspektakel als Live 8? En gaat de politiek wel luisteren? Het zijn vragen waarover ook rond de G8-top nog flink gediscussieerd gaat worden. Maar het bijwonen van de Berlijn-editie, maakte een hoop twijfels in één klap overbodig: Live8 was groots, fantastisch, en overtuigend.
Laten we er geen doekjes om winden: de Live Aid-concerten van ’85 zijn een historisch fenomeen. Een zo groot fenomeen, dat zelfs wij, destijds amper de kleuterschool ontgroeid, nog enkele persoonlijke herinneringen kunnen ophalen aan die warme julidag in 1985. “Nee, Michael Jackson komt echt niet”, sprak de moeder van Gejo herhaaldelijk uit, terwijl zoontje voor de buis gekluisterd zat. En ook de vader van Peter werd tijdens een fietstocht vriendelijk verzocht huiswaarts te keren. ”Papa, ik wil Live Aid zien.”
Toen Bob Geldof een maand geleden aankondigde aan de vooravond van de G8-conferentie in Edinburgh een nieuwe Live Aid uit de grond te stampen, zagen beide kleuters dan ook de kans schoon. In één klap konden zij het grote gemis uit hun jeugd goedmaken. In Berlijn bovendien, de stad waar zij beiden voor studie enige tijd gewoond hebben.
Live8, zoals het spektakel in 2005 genoemd werd, kende ten opzichte van twintig jaar geleden namelijk een opvallende schaalvergroting: in plaats van twee lokaties (Londen en Philadelphia), vonden de concerten ditmaal plaats in álle G8-landen. Met daarbovenop nog twee extra, Afrikaans getinte concerten: in Johannesburg en Cornwall. Niet om geld op te halen ditmaal, maar in de eerste plaats om een duidelijke vuist te maken richting G8-leiders, aan de vooravond van hun top in Edinburgh. Weg met de armoede in Afrika; ‘Make Poverty History.’
En natuurlijk was er vooraf alle reden om cynisch te zijn. In hoeverre heeft het nog wel zin, zo’n massaspektakel anno 2005? Is Geldof niet overambitieus? En: gaat een dergelijke massamanifestatie überhaupt wel enig politiek effect sorteren? Het zijn vragen waarover de komende tijd vast nog flink gediscussieerd gaat worden. Maar na het bijwonen van de Berlijn-editie kunnen wij weinig anders zeggen dan het volgende: Live8 was groots, fantastisch, en overtuigend.
Ondanks de talloze haken en ogen, die ook in de Duitse hoofdstad naar voren kwamen. Zo viel van de Deutsche Pünktlichkeit in het strakke tijdschema al vrij gauw niets meer te bekennen. De derde band begon al met een dik half uur vertraging, terwijl afsluiter Herbert Grönemeyer pas tegen enen zijn laatste lied ten gehore bracht, in plaats van de geplande slottijd acht uur. ‘Men had zich verkeken om de ombouwtijd’, luidde na afloop de officiële verklaring. Ach ja.
En zo viel er eveneens makkelijk te mopperen op zowel het hoge oude-rotten-gehalte in de programmering (wil diegene die nu nog op Chris De Burgh zit te wachten even zijn hand opsteken?) als de lokatie, de weliswaar grootse en prachtige, maar voor 200.000 mensen ook wel héél erg smalle Strasse der 17.Juni. Hoe fraai het plaatje van de Siegessäule achter het podium er ook uitzag.
Grootse uitglijder was nog wel het introfilmpje, aan het begin van de dag, dat wel een héél tenenkrommend ‘Heal The World’-gehalte kende: de Louis Armstrong-klassieker ‘What A Wonderful World’, gezongen door Jamie Cullum, met beelden van stervende kindjes in Afrika erbij. Au. Het zou toch niet zó’n dag gaan worden?
Welnee. Vanaf het moment dat openers Die Toten Hosen het podium betreden, wordt het namelijk overduidelijk: Live 8 moest vooral één groot feest gaan worden. Dat alle 200.000 aanwezigen in de eerste plaats verbindt voor dezelfde goede zaak. ‘Dies ist kein Konzert, sondern eine Demonstration’, roept voorman Campino uit, en de Toten Hosen-vaandels zwaaien heen en weer. Het openingsnummer zet de toon voor de dag: “Es kommt die Zeit, in der das Wünschen wieder hilft.” Een wens meegeschreeuwd door 200.000 kelen.
Die Toten Hosen blijkt alleen een van de weinige bands te zijn met een specifieke politieke boodschap. De meeste groepen (van Wir sind Helden tot Roxy Music) doen gewoon hun ding, en spelen in een kwartiertje tijd een paar van hun grootste hits. De boodschap komt tussendoor wel, als komiek Michael Mittermeyer de boel scherp aan elkaar praat. Of via de geëngageerde leuzen, die via de lichtkrant boven het podium de hele tijd voorbij flitsen. Politieke oprechtheid is alleen te vinden bij het vlammende Audioslave – gitarist Tom Morello onderbreekt de korte set zelfs even voor een felle speech- en bij afsluiter Grönemeyer, die zich voor een woord voor woord meezingend veld andermaal een Duitse volksheld betoont.
Het is dan ook niet per se die boodschap, die Live 8 anno 2005 typeert; het is vooral de verbondenheid. Het collectieve goede geweten. Want nee, natuurlijk is er niemand die ook maar iets van het podium kan zien. Maar het maakt niet uit: de Siegessäule pronkt daar schitterend, de boodschappen op de lichtkrant doen hun werk, en A-Ha’s ‘Take On Me’ kennen we allemaal. En wanneer Will Smith via de videoschermen vanuit Philadelphia ‘Hello Berlin’ roept, is het hek van de dam. Live 8 is niet alleen hier, Live 8 is overal.
Het is vooral ook die laatste gedachte die de dag zijn onvergetelijke dimensie meegeeft. Wanneer tussen de optredens door wordt ingeschakeld naar Londen, vervaagt binnen de kortste keren de grens tussen ‘hier’ en ‘daar’. Wanneer Robbie Williams wordt doorgestraald vanuit Londen, gaan ook in Berlijn armen en aanstekers massaal de lucht in. En blijkt iedereen het refreintje van ‘Angels’ te kennen. ‘Music makes the people come together,’ zingt Madonna vanuit Hyde Park. En je hebt haar, om je heen kijkend, nog nooit zó gelijk gegeven.
Nu alleen nog afwachten of de G8 nog een beetje meewerkt.
Live 8, met o.a. Herbert Grönemeyer, Faithless, Roxy Music, A-Ha, Brian Wilson, Green Day, Audioslave, Wir sind Helden en Die Toten Hosen.
Gezien: Siegessaüle, Berlijn, 2 juli 2005.
Geschreven door Peter Bijl en Gejo Hoogeveen.
De Geest van Guus
Al die verkiezingscampagnes overtrokken?Welnee-
Ik heb wel saaiere winterstops meegemaakt
‘Kopspijkeren! We hebben kiezers nodig!’
Hoera, het is weer verkiezingstijd!. En de media, die smullen ervan. Zeker nu het campagnecircus zich even collectief als definitief binnen de grenzen van de beeldbuis lijkt te hebben neergestreken. Want we kunnen er -hoe graag we soms ook zouden willen- dezer dagen maar verdomd lastig omheen: de verkiezingscampgnes van de 21ste eeuw spelen zich vooral af op het tv-scherm. Mat Herben die op het Scheveningse strand kwiek het nieuwe nieuwe jaar induikt, Gerrit Zalm flipperend bij Katja en Bridget, Femke Halsema hamerend bij Kopspijkers: niets lijkt de heren en dames politici te dol. Zolang ze, in hun strijd om de kiezer, de media maar naar hun hand kunnen zetten. Want zo beseffen ze stuk voor stuk maar al te goed: zonder media geen macht. Geen zetels. En vice versa.Ja, het moge duidelijk zijn: de politiek is gemedieerd. Niet voor niets wordt ze tegenwoordig dan ook regelmatig ‘mediacratie’ genoemd. Een term waarvan Jürgen Habermas met gemak de uitvinder had kunnen zijn. Dik veertig jaar geleden, in een tijd dat de wereld nog in zwart-wit was, sprak de Duitse filosoof in zijn boek Strukturwandel der Öffentlichkeit (1962) immers al over de opkomst en ondergang van de -door kritisch rationeel debat gekenmerkte- achttiende-eeuwse ‘burgerlijke publieke sfeer’. Een ondergang die grotendeels werd veroorzaakt door de opkomst van de media in de negentiende eeuw, en de alsmaar gewichtiger rol die ze sinds die tijd binnen dat debat zijn gaan vervullen.
De media –radio en televisie voorop- hebben de individuele burgers zelfs hun kritisch debat ontnomen. Ze zorgden immers gewoon zelf voor dat debat. En de burgers? Die werden passieve, monddode consumenten. Die slechts eens in de vier jaar ‘s politiek actief van de bank opstonden. Om tijdelijk een iets minder passieve rol te gaan spelen: die van de kiezer.
Sinds de massale opkomst van de televisie hebben de media politiek gezien zelfs een machtspositie in handen. Zij kunnen, zolang ze binnen de grenzen van de tv-democratie blijven, met al die ‘gewillige’ politici immers doen wat ze willen. Prachtpersiflages bij Jack Spijkerman, lijsttrekkersdebatten in de Soundmixshow-finale? Geen haan die er kritisch naar kraait. Want het gaat om de Zetels. En, voor beide partijen bovendien, om de Kijkcijfers. Zaken die allebei –oh, toeval!- voor een belangrijk deel weer te maken hebben met Imago. Waarvan, op hun beurt, de toon weer gekleurd wordt door –inderdaad- de media. Het cirkeltje is weer rond.
Geen wonder dat politici vaak maar wat graag naar de pijpen van de media dansen. Massamedia kunnen, zeker in verkiezingstijd, reputaties maken of breken. Of allebei. We hoeven daarvoor alleen maar de opmars van mediamagneet Pim, vorig jaar rond deze tijd, in gedachten te nemen. Geen politicus die de media zó, eh, haarfijn aanvoelde als Fortuyn. En diezelfde media bovendien al even excellent naar zijn hand wist te zetten. Fortuyn maakte zichzelf groot dankzij de (audiovisuele) media, de LPF-leider–op hun beurt- weer zagen als mediageniek kijkcijferkanon.
Met als gevolg dat Fortuyn in zijn strijd om de kiezer in vrijwel iedere talkshow of nieuwsrubriek kind aan huis was. En je maandenlang geen rondje langs de zenders meer kon doen, zonder zijn glanzende gelaat wel weer ergens voorbij te zien komen. ‘Ieder woord van Fortuyn werd opgezogen alsof het van een hogere macht kwam,’ liet Wim Kok zich in een recent radio-interview nog over deze situatie ontvallen. In dat licht bezien is dan ook vrij ironisch te noemen dat de media, die zo gretig uit de handen van Fortuyn aten, meteen na diens gewelddadige dood werden beticht van ‘demonisering’. En is het misschien wel nóg ironischer dat Fortuyns tragische einde uitgerekend iplaatsvond in het Mediapark.
Eén ding maakte Fortuyn met zijn campagne (en zijn partij na die tijd, onbedoeld wellicht, maar toch) echter duidelijk dan ooit: politiek is -sterker misschien nog wel dan Habermas in zijn boek vreesde- entertainment geworden; in de dringendste gevallen hooguit opgewaardeerd tot infotainment. Een ontwikkeling die ook tijdens de huidige verkiezingscampagnes,weer continu valt te bespeuren.‘Politici zijn tegenwoordig bereid om op nieuwjaarsdag de zee in te duiken of soep te scheppen om maar op het Journaal te komen. Maar voor debatteren? Daarvoor hebben ze meer koudwatervrees dan voor de Noordzee’, meldde parlementair journalist Frits Wester vorige week nog in de Volkskrant. En hij sloeg de spijker op de kop. Zelfs zonder Jack Spijkerman.
Pennenvrucht
Wie schrijft die blijftzegt men wel
Eén probleem
heb ik alleen:
Ik maak m'n zinnen nooit
FOOtos, The Fresh Fighter
Begin januari in OOR, nu vast op ZOMP: een recensie van het tamelijk fantastische Foo Fighters-concert in Amsterdam afgelopen maandag...FOO FIGHTERS, SUPERGRASS-
Heineken Music Hall, Amsterdam (Peter Bijl)
Het kan verkeren. Dachten we na het zien van de stoomwalsende Queens Of The Stone Age-concerten van afgelopen zomer nog collectief ‘Die man moet terug achter de drums! ’, komt uitgerekend diezelfde slagwerker –Dave Grohl, u raadt het al- even later terug met een plaat waar de power vanaf druipt. Waarop zijn FOO FIGHTERS geïnspireerder klinken dan ooit. En ondertussen voor eens en altijd duidelijk maken dat -hoe leuk en aardig alle hedendaagse stromingensoms ook zijn- er uiteindelijk natuurlijk maar 1 muzieksoort bestaat: ROCK’N’ROLL! Inderdaad: in hoofdletters.
Een stelling die Grohl op het podium in ieder geval maar wat graag onderstreept. De bevlogenheid die One By One al zo kenmerkt, stráált er in de uitverkochte HMH namelijk vanaf. Vanaf de eerste seconde. Ja, de Foo Fighters hebben zichzelf hervonden. En iedereen mag het weten. Sterker nog, móet het weten.
Met brulboei Grohl en drumbeest Taylor Hawkins (die de set van special guest SUPERGRASS eerder op de avond al van de broodnodige pit voorziet, door tijdens afsluiter Caught By The Fuzz achter de kit te klimmen) als sublieme aanjagers, en bassist Nate Mendel en gitarist Chris Shiflett (beiden -al dan niet toevallig- in het wit gekleed) als trouwe volgelingen, razen de Fighters anderhalf uur lang in volle vaart –tijd voor komische intermezzi is er nauwelijks- door hun oeuvre heen.
En laten ze ondertussen horen over zóveel sterke nummers te beschikken, dat het ontbreken van absolute topsongs als This Is A Call, I’ll Stick Around en Alone + Easy Target nauwelijks als gemis wordt ervaren. Daarvoor splijten de riffs van Have It All, Stacked Actors en Times Like These immers veel te scherp door de hal heen. En is het ingetogen Tired Of You simpelweg veel te mooi.
Nee, de Fighters mogen met hun grootste show in Nederland tot nu toe -Lowlands (‘95, ’97) uitgezonderd- het clubcircuit dan vaarwel gezegd hebben, in de HMH bewijzen ze met de volste overtuiging ook enorme bierhallen eenvoudig plat te kunnen spelen. En dan hebben we het woord 'festivalweides' nog niet eens in de mond genomen..
Die colleges van tegenwoordig...
En nu een onder het aloude BaMa-motto: 'Waar die colleges van tegenwoordig al niet goed voor kunnen zijn... ' ;)Ja Sybille, deze is voor jou!
Games
Kinderen worden aliensWe worden allemaal steeds jonger
Onder het voetlicht
Wat diens meer zij
Ja, noem het
Beleesd
De wereld is een puzzel.
Nu nog de stukjes.Zestien, toen en nu
The Smashing Pumpkins. Ze waren niet zomaar een band. Ze vooral míjn band. Tot in de diepste poriën van m’n lijf zaten ze, zo halverwege de jaren negentig, geworteld. Zó diep zelfs, dat wanneer mijn eventuele kinderen ooit –in een verre pubertoekomst waarschijnlijk- die onvermijdelijke vraag zullen stellen hoe het toch was ‘om zestien te zijn’, papa maar één pasklaar antwoord paraat heeft: Mellon Collie and the Infinite Sadness.Mellon Collie. Twijfel is volstrekt overbodig, het is voor mij absoluut de plaat van de nineties. En waarschijnlijk nog veel meer dan dat. De plaat van de eeuw. Maakte Siamese Dream na mijn definitieve Pumpkins-bekering (Pinkpop ’94, Nederland 3) al flink wat walkmanuurtjes, Mellon Collie was het voor mij pas helemaal. Helemaal grijs heb ik ze gedraaid. Grijzer. Grijst. Zó grijs, dat ik de schijfjes op gegeven moment zelfs heb moeten vervangen. Nooit was het oh zo tenenkrommende recensentencliché ”de juiste plaat op het juiste moment” zó van toepassing geweest als bij Mellon Collie. Als niets anders (geen plek, geen herinnering, nee, zelfs geen meisje) vormen de Pumpkins voor mij de markering van een tijdperk: Peters pubertijdperk..
Mellon Collie: het is een van die uiterst spaarzame platen die alle, maar dan ook álle puzzelstukjes ineen liet vallen. Natuurlijk, er waren die achtentwintig stuk voor stuk fantastische nummers. Variërend van lieflijk zoet tot snoeihard. Er was die band, op het toppunt van zijn kunnen. Maar er was meer, véél meer. Er was vooral dat gevoel. Die herkenning. Die intensiteit, die juist zo rond je zestiende zo sterk naar voren schijnt te komen. En dat in mijn geval ook absoluut deed. Bij Mellon Collie inderdaad. Meesterlijke songs als Fuck You (An Ode To No One), Galapagos, Muzzle en X.Y.U., ze sneden stuk voor stuk dwars door m’n ziel heen. En, niet te vergeten, de allermeesterlijkste van allemaal: Thru the Eyes of Ruby.
Het leek me dan ook het einde de Pumpkins live aan het werk zien. Het leek me hemels. En hemels was het absoluut, die 5e april 1996. De Pumpkins speelden in Ahoy’. Op Goede Vrijdag. En het werd een hele goede vrijdag. Sterker nog: het werd de beste vrijdag die ik tot dan toe gekend had. Maanden, maandenlang had ik ernaar toegeleefd, uren van tevoren stond ik al voor de deur. Maar de Pumpkins, ze overtroffen mijn allerstoutste verwachtingen. Ze vlamden van de eerste tot de allerlaatste seconde. En Peter? Die stond in trance, twee magische uren lang.
De Pumpkins zou hij later nog een keertje of zes zien. En hoe fantastisch (Vredenburg 2000) die concerten soms ook waren - of hoe belabberd (Torhout ’97)-, zó magistraal als die ene dag, die ene Goede Vrijdag, zouden ze nooit meer worden. En zal geen enkele Goede Vrijdag waarschijnlijk meer worden. Dat de Pumpkins na Mellon Collie alleen nog maar bergafwaarts gingen, hun albums het predikaat ‘aardig’ eigenlijk nauwelijks meer ontstegen en ze onderweg nauwelijks fatsoenlijke concerten meer gaven, soit. Niets, maar dan ook niets stond mijn liefde voor ze in de weg. Tot op de dag van vandaag. Ook al is de band intussen al lang en breed ter ziele.
Ja, elke keer als ik Mellon Collie weer opzet (en da’s al gauw váák), denk ik weer terug aan die bewuste voorjaarsavond. En zie ik mezelf weer even helemaal staan. Intenser genietend dan ik ooit tevoren gedaan had. Zeker wanneer ook nog 's Thru the Eyes of Ruby voorbijkomt. Mijn lievelingsnummer. “The Night has come to hold us young” schreeuwt Billy hartverscheurend vanaf het Grote Podium. Ik kijk hem aan, en schreeuw het uit. Vol overgave.
Ik me voel me weer even zestien. En heb de tijd van m’n leven.
Hier had uw advertentie kunnen staan
Waarvan akte.Een toevalstreffer, door merg en been
Blij blij, Peter is blij! Nog even, en ik spring dansend van vreugde door de kamer! Sterker nog, dat deed ik vanochtend eigenlijk al! Bij het opstaan nota bene. En dat allemaal dankzij Radio 3!Inderdaad: het moet niet veel gekker worden..
Natuurlijk, 3FM schijnen ze bij die zender tegenwoordig officieel te heten. Maar voor mij blijft het Radio 3. Want Hilversum 3, dat bestaat vast nog steeds niet.. 3FM. Normaal gesproken een halfbakken zender met nog halfbakkener muzikale klankjes, maar deze week een waar jeugdsentimenteel paradijs. En dat allemaal vanwege de themaweek die ze deze week op de collectieve zendmasten loslaten: De Week van de jaren Negentig. Van DJ Bobo tot DJ Shadow, van Kris Kross tot Chris Cornell: zij aan zij, schouder aan schouder komen ze deze week voorbij. Een kind van de jaren negentig kun je er nauwelijks blijer mee maken.
Tótdat je ineens ook je ogen richt op de site van het station. Want daar, op www.3fm.nl, staat ineens ook een stemlijst. Een stemlijst voor het klapstuk: de Top 90 van de Jaren '90. Al likkebaardend en verkneukelend (in willekeurige volgorde) koos ik daaruit uiteindelijk een tiental favoriete plaatjes. Inclusief bijbehorend verhaal.
> Beste Peter Bijl,
>
> Bedankt voor je stem op de Top 90 van de Jaren 90!
>
> Dit is het lijstje dat je hebt aangeleverd:
>
> Radiohead - No Surprises
> Tori Amos - Silent All These Years
> R.E.M. - Nightswimming
> Smashing Pumpkins - Disarm
> Michael Stipe/Kristin Hersh - Your Ghost
> Grant Lee Buffalo - Fuzzy
> U2 - One
> Red Hot Chili Peppers - I Could Have Lied
> Nirvana - Lithium
> vanilla ice - ice ice baby (je eigen plaat)
>---------
Een Top 90 van de jaren '90. Het idee is even briljant als onmogelijk. Want hoe kun je jóuw decennium -het decennium waarin je volledig bent opgegroeid, en waarin muziek bovendien zó belangrijk voor je is geweest- ook maar enig recht doen door er slechts tien plaatjes uit te kiezen?
Heel simpel: niet.
Maar zo ja, hóe zou je in godsnaam moeten kiezen? Op emotionele waarde? Of toch gewoon uit jeugdsentiment? Roxette of PJ Harvey? KLF of Weezer? MC Hammer of Pulp? Ik kwam er niet uit. En besloot dan maar gewoon een lijstje met -op 1 onweerstaanbaar foute cultknaller (Vanilla Ice, over wie later meer- véél meer ) na- de mooiste platen van de nineties te kiezen. Die tegelijkertijd eigenlijk helemaal de mooiste niet zijn. Want was ik echt eerlijk geweest, dan had ik van Radiohead niet No Surprises, maar Exit Music gekozen. Met gemak het mooiste nummer ooit. Met een emotionele impact die reikt tot de Noordpool. Maar goed, die werd het dus niet. Wél werd het No Surprises. Bijna zo mooi. En de mooiste single van Radiohead tot nu toe. Al had ik, zo geef ik grif toe, van diezelfde band net zo goed Creep kunnen kiezen. De plaat die mijn leven, nu bijna tien jaar terug, voorgoed veranderde.
29 december 1992, een uurtje of tien 's avonds, het werd een moment om nooit te vergeten. Daar zat hij dan, onze Peter. Als mannetje van dertien, gekluisterd aan de radio. Te luisteren naar VPRO's Song van het Jaar Top 100. Beide handen uiteraard in de buurt van de cassetterecorder. Want zo ging het natuurlijk, in de jaren negentig. Wanneer je een leuk nummer hoorde, nam je hem meteen op. Zeker omdat de VPRO -het kon niet op bijna- zo eerbiedig was niet door de platen heen te praten.
Zo ook bij de plaat waar ze even na tienen waren aanbeland: Nearly Lost You. Van de schier fantastische Screaming Trees, afkomstig uit de film Singles. Maar net op het moment dat het nummer aan het wegsterven was, en ik de opname wilde stoppen, kwamen daar Jonny Greenwoods eerste gitaarnoten. Noten die meteen hypnotiseerden. Die dwars door me heen sneden. En de basis zouden vormen voor een werkelijk hartverscheurende stem.
De stem van Thom Yorke.
'I wish I was special- you're so fucking special. But I'm a creep, I'm a weirdo... ' De woorden sneden dwars door m'n ziel. En lieten me iets meemaken dat ik nog nooit had meegemaakt. Herkénning. Oprechte emotie. Duimendik kippenvel. De onzekerheden die ik voelde in het middelbareschoolbestaan, Thom Yorke leek ze feilloos aan te voelen. En ze haarscherp te verwoorden. Van muziek hield ik al tijden, maar nog nooit was ik zó geraakt, zó aangedaan door één enkel nummer. En ik had hem nog opgenomen ook!
Per toeval.
Het nummer bleek van Radiohead te zijn. Een nieuwe band uit Engeland. Nooit van gehoord. Vrij logisch: Creep bleek immers hun eerste singletje. En officieel nog lang niet in Nederland uit: de VPRO had hem uit de import geplukt. Maar het maakte me niet uit: ik had het nummer op bandje. En draaide het de maanden erop volledig grijs. Tot tranen aan toe.
Het werd het begin van een complete Radiohead-verslaving. Een band die ik steeds dieper in mijn hart zou sluiten. En die uiteindelijk ook tot de beste band van de nineties zou uitgroeien. Al had niemand daar die ene avond, nu bijna tien jaar terug, nog enig benul van.
Een band ook waaraan ik talloze dierbare herinneringen bezit. Die met Exit Music het mooiste nummer in de pophistorie (categorie: 'dit moet op mijn begrafenis!') zou schrijven. En die bovendien de mooiste concerten zou geven die ik ooit zou bijwonen. Een Vredenburg '97. En vooral ook een Berlijn, vorig jaar. 11 september 2001. De dag dat 's middags de World Trade torens omver werden gevlogen. En Radiohead 's avonds op Parkbühne Wuhlheide een adembenemend concert gaf. Met No Surprises als een van de absolute hoogtepunten. 'No alarms and no surprises....please...', klonk het zachtjes uit Thoms stem. Terwijl de wereld in brand stond. Probeer dan maar 's geen brok in je keel te krijgen..
Radiohead dus. Niet alleen de beste en belangrijkste band van de jaren negentig, maar ook zonder meer degene die de meeste sporen op mijn ziel heeft nagelaten. Met dank aan die ene decemberavond, tien jaar terug. En het vervolg daarvan.
Het bewuste bandje heb ik trouwens nog steeds.
Liefdevol gedenken wij..
Jeugdsentiment, wie is er niet groot mee geworden?Eeuwig duurt het langst
Ice Ice Baby, too cold
Ja, ik geef het direct toe. Ik ken Ice Ice Baby uit mijn hoofd. En dat niet alleen, ik ben zelfs gefascineerd door het fenomeen Vanilla Ice. Hoeveel lol ik er in de loop der afgelopen jaren niet heb beleefd aan digitale speuracties, met de hamvraag wat er van 'ons Vanilla' toch geworden is. En vooral: aan de resultaten ervan.Want laten we wel wezen: het is natuurlijk niet voor niets dat menigeen van ons bij het horen van de naam Vanilla stante pede begint te denken aan Milli Vanilli. Aan nep. Of, nog beter gezegd: aan pathetisch. Of moeten wij daarvoor écht wijzen op kleffe rapballades als 'I Love you' ('au', ik roep), op tenenkrullende filmwerkjes als 'Cool As Ice' of op Icemans' talloze mislukte pogingen (twaalf, gokken wij) tot iets wat in de verte naar een come-back zou moeten rieken? Met telkens wéér –iemand zou toch moeten weten waar hij het vandaan haalt - een nieuwe variant op Ice Ice Baby?
Ach ja, Vanilla Ice. Enerzijds is het een even mislukte als miskende neprapper,
anderzijds een man met een tragiek. En om deze laatste compleet te maken, was hij afgelopen week te gast bij Jensen. De meest smakeloze talkshow van de Nederlandse televisie? Het zou zomaar kunnen. Maar zo moet gezegd: de combinatie 'boertige interviewer met MAVO-humor' en 'vermeende neprapper met sterverleden' paste wonderwel. Vanilla Ice is immers ook maar een mens, zo bleek op de rode bank bij RTL's vadsige baasje. Die als jonge naïeveling in de handen viel van machtlustige platenbazen, die in Vanilla een grandioze speelbal zagen om de popmarkt te veroveren. Die daarna sterk aan de drugs raakte, een zelfmoordpoging ondernam, en vervolgens –het verhaal moet immers compleet- het licht zag bij de Here en zijn lieflijke gezinnetje.
Vanilla Ice dus. Die momenteel net een kleine Oost-Europese toernee heeft afgewerkt. Met discotheekoptredens in Praag, Tallinn en Riga, om maar wat dwarsstraatjes te nomen. En die ongetwijfeld werkt aan zijn dertiende mislukte come-back. Maar dat terzijde. Want gezegd moet worden: het gevoel was er. Zoals hij daar op de rode bank in Hilversum zijn verhaal deed, met als slotakkoord een a cappella gebracht Ice Ice Baby, voel je, vijftien jaar na dato, zowaar een heel klein beetje trots. Op de man de soundtrack vormde van je laatste kinderjaren, en vlot daarna uitgroeide tot het - misschien wel - pijnlijkste figuur van de moderne pophistorie. Maar tevens tot een cultuurgoed dat vele jongeren van nu zo jammerlijk zijn misgelopen. Een icoon van de postmoderne chaos. Van de dunne lijn tussen klatergoud en afgrond.
'Vanilla Ice was te gast in de studio. Maar die ken je vast niet', spuwde een van de aanwezige MAVO-klanten na afloop in zijn mobieltje. Een teken aan de wand? Wellicht. Maar misschien ook een teken dat het voor ons IJsmans nog steeds niet te laat is om binnenkort een veertiende come-back-poging te wagen. Dat we het resultaat toch al kennen, zou niemand moeten uitmaken.
Word to your mother.
Shit... Telefoon!!!
Nooit gedacht dat zelfs op de wc zitten zo mooi kon zijn. Maar ziedaar: Vandaag was de dag. De dag waarop het dagelijkse toiletteren ineens een heel onverwachte wending kreeg. Een heuse punkrockwending zelfs...
Dan zit je daar. Broek op de knieën, tv-gidsje in de buurt, gaat ineens de huistelefoon. ´Nee´, denk je. ´Toch niet voor mij? Niet nu....´ Maar jawel, twee seconden later lijkt het rampscenario voltrokken, en schalt het luidkeels door het trappenhuis: ´Peter, telefoon!!!´
Het is mijn huisgenoot. Hij lijkt haast te hebben. ´Kan ie over twee minuutjes terugbellen?´ schreeuw ik dwars door de deur heen. ´Nee´, schreeuwt Sander, ´Het is de VPRO. Je bent live in de uitzending. Ofzo´...
Oeps. Niet nu toch? Ik trek mijn broek aan, scheur de trap af, loop haast door de muur heen. Want het borrelt op waarvoor ze me wellicht zo dringend moeten hebben. The Apers... The Apers... The Apers!!
THE APERS!!!
In hun wekelijkse prijsvraag hadden ze bij VPRO´s onvolprezen 3voor12 namelijk een wel héél aparte prijs deze week: een privé-optreden van The Apers. Punktrots van Rotterdam. Van Nederland. Vandaag zelfs paginagroot in de Volkskrant. ´Live bij jou in de huiskamer.´En ja, als Apers-liefhebber van het eerste uur (wie riep daar Rotterdam?) had ik daar wel oren naar.
Vol van geestdrift besloot ik zondagnacht, vlak voor het slapengaan, dan ook een enthousiaserend meeltje te sturen. Onder het motto: ´zou wel fantastisch zijn!!´ Maar dat het enthousiast genoeg was om ook daadwerkelijk te winnen, daar had ik nooit bij stilgestaan.
Tot het bewuste telefoontje. ´Gefeliciteerd!´, riep Sander Kerkhof me live in de uitzending na, ´je hebt een optreden van The Apers gewonnen... ´
´WAT??????????´
Ik schreeuw het uit van enthousisme, live in de uitzending. Zie de briljante beestenboel in onze huiskamer al voor me. En schreeuw het uit van blijdschap. Wow... wow... wow... WOW!!!!!!! Om het geheel maar nauwelijks te bevatten.
Ja, Nick Cave zong het al op zijn laatste cd: It´s A Wonderful Life. Die wijsheid in het achterhoofd, ga ik maar aan het bier. Punkrockend en wel.
Eén, twee drie, vier..
Voor een voorproefje:
Luister hier naar The Apers live in Club Lek!!
En klik hier voor het verslagje van het bewuste telefoongesprek door 3voor12 zelf!!
Apers update
De kogel is door de kerk, The Apers komen spelen op mijn verjaardag!! Zaterdag 31 mei; ik zou zeggen: zet 'm nu vast in je agenda!! Als je er één hebt tenminste.. :-)Ga ik ondertussen maar 's kijken of we d'r een IBB-zomerfestivalletje van kunnen maken..
Zaterdag: IBB-Pop!!
Ja, jullie zullen het vast wel gemerkt hebben: Peetmansje is de laatste tijd iets minder Zomperig dan voorheen (vrij vertaald: iets minder productief). Maar de reden daartoe is meer dan duidelijk. Ik zou dan ook vooral willen zeggen: neem een kijkje op www.festival.ibbu.nl. En nee, het is zelfs niet verboden zaterdag langs te komen. Tot dan! :-)De herdertjes lagen bij nachte
Bij binnenkomst zou je de barman eigenlijk meteen lastig willen vallen met de vraag of er meer van 'ons soort volk' is geweest. In plaats daarvan bestel je een vaasje, en nestel je je aan het raam. 'Anno 1828' staat op het venster geschilderd. Met een handschrift van ijsbloemen. De kerstbelletjes tingelen duchtig voort. Het is Petua Clark, ongetwijfeld. Warmbloedig zwieren de afgestofte violen door de speakers. Ze kraken.Gelukkig, er wordt gecroond. Het ware kerstgevoel geeft zich prijs. Lang leve Bing Crosby. Of was het toch Fathertje Christmas? De mannen- de buiken fier vooruit- zal het weinig deren. Ze zijn in conclaaf aan de bar. Borrelpraat, zoals iedere avond. Nee, slechts de bungelende Kerstman aan het plafond schijnt hier, in Cafe Weerdzicht, zijn plek nog te zoeken. 'Ja', verzucht je nog maar eens, terugdenkend aan je opa. 'Toen was geluk nog gewoon'.
Heel gewoon.

